Knut Hamsun Merkezinde “Açlık” Adını Taşıyan Üç Roman

2021 ◽  
Vol Volume 16 Issue 1 (Volume 16 Issue 1) ◽  
pp. 451-465
Author(s):  
Cem Şems TÜMER-
Keyword(s):  
2021 ◽  
Vol 51 (3-4) ◽  
pp. 262-272
Author(s):  
Tore Rem

In 1920, the Norwegian novelist Knut Hamsun won the Nobel Prize for literature for his novel Markens grøde ( Growth of the Soil) (1917). This article explores some of the key contexts for this work, highlighting the author’s own ambitions, the reasons why he sided with Germany during the war, and his generally völkisch perspectives on the Germanic and Nordic. It furthermore analyses the early reception of this World War I novel, and how it was first subjected to a number of positive readings and seen as an example of idealism, before being appropriated by Nazism.


Nordlit ◽  
2016 ◽  
Author(s):  
Even Arntzen

Even though Knut Hamsun stubbornly denied it, all his life he had a strong and ambivalent interest for Henrik Ibsen. Quite well known are Hamsun's many attacks on Ibsen in articles and lectures, letters and novels. Less known is that there are several coinciding (intertextual) motifs between Ibsen and Hamsun. In several of Ibsen's plays and poems the mountain motif is associated with poetic vocation and a descent and entry into an enclosed world of fantasy and imagination. The mountain motif is for sure attached to a form of penetration into a supernatural and demonic underworld, but also related to an upward and vertical movement, towards light, air and literary clarity. One finds strong traces of this double Ibsenian movement also in Hamsun's authorship, for example in the novels Pan and In Wonderland. But Hamsun seems to exceed Ibsen: in Hamsun's literary universe, the mountain motif is also linked to a revitalized dream of happiness, joy and an existential demand of exceeding oneself in the direction of a more authentic way of being human in the modern world.


Edda ◽  
2011 ◽  
Vol 98 (03) ◽  
pp. 273-276
Author(s):  
Alvhild Dvergsdal
Keyword(s):  

2019 ◽  
Author(s):  
Ester Jiresch

Margaretha Anna Sophia Meyboom werd op 29 juli 1856 in Amsterdam geboren als tweede dochter in een domineesgezin. Haar ouders Angenis Henriette Frederika Tydeman (1828-1898) en Louis Susan Pedro Meyboom (1817-1874) hadden in totaal acht kinderen. De ouderlijke omgeving en vooral haar vader hadden een grote invloed op Meybooms leven en werk. Haar vader legde de basis voor haar twee grote passies, maatschappelijk engagement en interesse in het Noorden. Enerzijds was L.S.P. Meyboom een pionier op het gebied van moderne theologie, anderzijds was hij ook zeer geïnteresseerd in oude, heidense religies en schreef hij onder meer het boek De godsdienst der oude Noormannen1, waaruit hij zijn kinderen voorlas. Dit boek lijkt het beginpunt te zijn geweest voor Margaretha’s literaire interesse. In navolging van haar vader – hij had Deens geleerd door middel van vergelijkende bijbelstudies – begon Margaretha zichzelf op zeventienjarige leeftijd Deens te leren met behulp van een Deense grammatica en andere Scandinavische boeken die ze in de bibliotheek van haar vader had gevonden. De dominee van de Noorse Zeemanskerk hielp haar met de uitspraak.2 Al snel begon Meyboom ook vertalingen te maken van verhalen uit deze boeken, die ze opstuurde naar het dagblad Het Nieuws van den Dag, waar ze als feuilleton werden gepubliceerd. Zo werd de vertaalster geboren. Vermoedelijk is haar eerste gepubliceerde vertaling “Filia maris” van de Deen Johanne Schjørring (1836-1910) in 1880. Meybooms eerste vertalingen verschenen onder het pseudoniem Urda (een van de Noordse godinnen van het lot). Vanaf het moment dat ze hele boeken begon te vertalen – in 1891 als eerste Judas van Tor Hedberg (1862-1931) – publiceerde ze onder haar eigen naam. In totaal heeft Meyboom meer dan vijftig werken van Scandinavische auteurs vertaald. Met uitzondering van de Zweedse Selma Lagerlöf (1858-1940) en Tor Hedberg (1862-1931), waren dit Deense en Noorse auteurs, onder wie de Noren Bjørnstjerne Bjørnson (1832-1910), Henrik Ibsen (1828-1906), Knut Hamsun (1860-1952), Alexander Kielland (1849-1906), Arne Garborg (1851-1924), de Denen Carl Ewald (1856-1908), Adda Ravnkilde (1862-1883), en vele anderen. Ze liet het Nederlandse publiek kennismaken met de moderne literaire en sociale ideeën van Scandinavische schrijvers zoals Ibsen, Bjørnson en Lagerlöf.


Sign in / Sign up

Export Citation Format

Share Document