scholarly journals Reflectief Longitudinaal Onderzoek: Ondersteuning bij leerprocessen in organisaties

2010 ◽  
Vol 19 (1) ◽  
pp. 39
Author(s):  
Gabriël Anthonio
KWALON ◽  
2004 ◽  
Vol 9 (3) ◽  
Author(s):  
Sarah Slock ◽  
Tom Decorte

In dit artikel behandelen we een belangrijk dilemma waarmee onderzoekers worden geconfronteerd tijdens het uitvoeren van een follow-up onderzoek. De wetenschappelijke betrouwbaarheid bij longitudinaal onderzoek hangt in grote mate af van een laag uitvalpercentage. Maar hoe vind je respondenten na zes jaar terug? Vanuit de eigen praktijkervaring wordt de moeizame zoektocht beschreven.


2019 ◽  
Vol 32 (2) ◽  
Author(s):  
Simon B. de Jong

Traditioneel gezien heeft veel onderzoek op het gebied van organisatiegedrag, management en personeelsbeleid als impliciete assumptie dat er sprake is van een zekere symmetrie in de onderzochte relaties en fenomenen. Deze assumptie is niet verwonderlijk, aangezien symmetrie (en balans, harmonie e.d.) ook centraal staat in andere wetenschappen. In deze bewerking van mijn oratie stel ik dat het wenselijk is om vaker stil te staan bij dit soort impliciete assumpties tijdens onze wetenschappelijke onderzoeken en praktijkinterventies. Om dat belang te illustreren geef ik een overzicht van recent onderzoek naar asymmetrieën in taakafhankelijkheid, waaruit duidelijk wordt dat het negeren van deze asymmetrieën belangrijke machtsdynamieken over het hoofd ziet. Naast het bespreken van dit soort specifieke 'horizontale' (a)symmetrieën laat ik ook meer algemene 'verticale' asymmetrieën aan bod komen door onderzoek op het gebied van leiderschap en 'HR-practices' te beschrijven. Toekomstig onderzoek kan horizontale en verticale (a)symmetrieën verder onderzoeken in de aparte theoretische velden en/of proberen de velden te 'kruisbestuiven' door de (a)symmetrieën van één veld in het andere veld te onderzoeken. Daarnaast kunnen er tijds(a)symmetrieën onderzocht worden, bijvoorbeeld door meer longitudinaal onderzoek te verrichten. De implicaties voor wetenschap en praktijk (en hun onderlinge samenhang) worden besproken aan het einde van het artikel.


Pedagogiek ◽  
2012 ◽  
Vol 32 (1) ◽  
pp. 13-31 ◽  
Author(s):  
Johan Vanderfaeillie ◽  
Frank Van Holen ◽  
Skrallan De Maeyer ◽  
Femke Vanschoonlandt ◽  
Caroline Andries

2019 ◽  
Vol 35 (1) ◽  
Author(s):  
Ans Merens

Het aantal vrouwen in topfuncties groeit langzaam. In dit artikel wordt onderzocht of een relatief hoge uitstroom van vrouwen uit leidinggevende functies een mogelijke oorzaak daarvoor is. Op basis van de theorie van Kanter over de positie van vrouwen als tokens, organisatieculturen en statusdiscriminatie werd verondersteld dat vrouwelijke leidinggevenden vaker uitstromen dan mannen omdat zij vaker ontevreden zijn over hun positie. Om de onderzoeksvraag te beantwoorden is gebruikgemaakt van longitudinaal onderzoek met het Arbeidsaanbodpanel 2004-2016 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De resultaten van analyses laten zien dat de totale uitstroom van vrouwelijke en mannelijke leidinggevenden niet verschilt. Maar als vrouwen uitstromen, gaan zij vaker dan mannen over naar een functie waarin zij geen leiding meer geven. Het reservoir van vrouwen voor toekomstige topfuncties ('pijplijn') wordt daardoor kleiner. Ontevredenheid met het werk blijkt een determinant te zijn van uitstroom van leidinggevenden maar dit verschilt niet tussen vrouwen en mannen. Ontevredenheid over doorgroeimogelijkheden heeft noch effect op de uitstroom van alle leidinggevenden, noch op die van vrouwen en mannen. De hypotheses konden dus niet worden bevestigd.


2006 ◽  
Vol 80 (3) ◽  
pp. 118-125
Author(s):  
Paul Jansen

In een loopbaan bestaande uit een hiërarchie van functies (zoals universitair docent, universitair hoofddocent, hoogleraar) zal de invloed van persoonlijke succescriteria (zoals intelligentie) veranderen bij opeenvolgende promoties. In een longitudinaal onderzoek is daarom het verband onderzocht tussen persoonskenmerken als intelligentie en ambitie enerzijds en de duur van promotie naar een functie in een hoger schaalniveau anderzijds. Op grond van eerder onderzoek en theorie geformuleerde verwachtingen werden ten dele bevestigd. Zo blijkt intelligentie (gemeten door middel van een test) vooral belangrijk voor promotie in het begin van de loopbaan, maar stressbestendigheid (gemeten in een assessment center) later in de loopbaan. Ook blijken vrouwen op den duur langzamer promotie te maken dan mannen.


2021 ◽  
Vol 26 ◽  
Author(s):  
Wim Tops ◽  
Maaike Callens ◽  
Marc Brysbaert

Tussen 2009 en 2015 ging aan de Universiteit Gent een grootschalig, longitudinaal onderzoek van start naar studeren met dyslexie in het hoger. Het doel was een breed beeld te krijgen van studenten met dyslexie die starten in het hoger onderwijs in Vlaanderen. Daarnaast werden deze studenten gedurende 3 academiejaren gemonitord om een beter beeld te krijgen van hun studievoortgang en studieresultaten. Als groep presteerden de studenten met dyslexie vaak lager dan de studenten zonder dyslexie, vooral voor lezen en spellen. Spelling was meer aangedaan dan lezen. Daarnaast hadden studenten met dyslexie een lagere verwerkingssnelheid dan studenten zonder dyslexie. Studenten met dyslexie hadden ook meer tijd nodig om verbale informatie uit hun langetermijngeheugen op te roepen (bijvoorbeeld eenvoudige rekenfeiten) dan studenten zonder dyslexie. Wat (vloeiende) intelligentie betreft werd er geen verschil gevonden tussen beide groepen. Wat de slaagcijfers betreft, behaalden 70% van de controlestudenten tegenover 57% van de studenten met dyslexie na drie jaar een bachelordiploma. Echter bleek dit verschil niet significant. Daarnaast zagen we bij studenten met dyslexie wel significant hogere dropoutcijfers in vergelijking met studenten zonder dyslexie. Studenten met dyslexie hadden een verhoogde kans om tijdens het academiejaar hun studierichting af te breken en/of van richting te veranderen. Momenteel wordt onderzocht welke factoren hiervoor verantwoordelijk zijn. Een belangrijke bevinding van deze studie blijft dat studenten met dyslexie ontegensprekelijk voor extra uitdagingen staan maar dat verder studeren ook voor hen zeker een haalbare kaart is. Studenten met dyslexie zijn dan ook gebaat bij een goede studiekeuzebegeleiding en voorbereiding van hun transitie van het secundair naar het hoger onderwijs.


Sign in / Sign up

Export Citation Format

Share Document