1035 Een Jaar Mantelzorg Telt Als Half Jaar Werk

2007 ◽  
Vol 5 (7) ◽  
pp. 102-102
Author(s):  
   
Keyword(s):  
2019 ◽  
Vol 77 (2) ◽  
pp. 149-185
Author(s):  
Ludo Stynen

De dichter Pol De Mont, voor WO I decennialang één van de Vlaamse boegbeelden, zag zich na die oorlog, vanwege vermeende Duitsvriendelijkheid, gedwongen om ontslag te nemen als leraar aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten en als conservator van het Koninklijk Museum voor Schone kunsten in dezelfde stad. Frustratie was zijn deel en zijn rol leek uitgespeeld.Een half jaar na de Wapenstilstand wordt hij echter onverwacht hoofdredacteur van het dagblad De Schelde en staat hij weer midden de Vlaamse strijd. Anders dan voor de oorlog zijn zijn standpunten nu radicaal Vlaams-nationalistisch. Hij gaat voor een ongebonden en objectieve journalistiek, ziet zich als spreekbuis van het Vlaamsche Front en hecht veel belang aan de Godsvrede waarbij over de traditionele partijgrenzen heen de Vlaamse eisen prioriteit krijgen, en aan de nooit-meer-oorloggedachte, die hem met vuur de Volkenbond doet verdedigen. Verder komen in dit artikel aan bod: zijn berichtgeving over nationale en internationale politiek, mogelijke wijzigingen aan het verdrag van Versailles, Duitsland, nationalisme, democratie, militarisme, ethische kwesties, folklore, kunst en literatuur.De laatste fase in De Monts leven maakt duidelijk dat wat hij ook deed, met welke groepen en personen hij ook samenwerkte, de basis van zijn levenslange streven altijd zijn Vlaamse overtuiging was, aanvankelijk misschien eerder impliciet, later zeer uitdrukkelijk. Als het Vlaams-nationalisme pas in deze laatste levensfase zo overduidelijk de toon zet in al wat hij doet, schrijft of zegt, is dat niet meer dan de ultieme erkenning van zijn wereldbeschouwing.__________ Coming home in Flemish nationalism.Pol De Mont’s commitment after the First World War The poet Pol De Mont was one of the leaders of the Flemish Movement before the First World War. Due to alleged sympathies for the German enemy he was, after the war, forced to resign from his functions as a teacher at the Antwerp Academy of Fine Arts and as curator of the Royal Museum of Fine Arts in that city. De Mont was considered finished as an opinion-maker, and in his isolation he ventilated his frustration in two allegorical pamphlets.Half a year after the Armistice however, he unexpectedly becomes editor in chief of the daily newspaper De Schelde and his Flemish fight starts all over again. Unlike before the war his commitment is now radical and Flemish nationalist. He engages in free and objective journalism, sees himself as the spokesman for the Vlaamsche Front and focuses on its Flemish empowerment movement exceeding traditional political parties, and on its no more war-ideas that make him support the League of Nations. This essay also studies his articles on national and international politics, possible changes in the terms of the Versailles treaty, Germany, nationalism, militarism, democracy, ethical issues, folklore, art and literature.The last phase in De Mont’s life clearly illustrates that whatever he did during his lifetime, whatever persons or groups he associated with, always did his Flemish conviction trigger him, implicitly maybe at first, more outspoken when he got older. When Flemish nationalism so clearly sets the tone in his last years in everything he did or commented upon, it is no more than an eventually coming to terms with his own views.


1997 ◽  
Vol 31 (4) ◽  
Author(s):  
Editorial Office
Keyword(s):  

Die Redaksie van In die Skriflig het besluit om hierdie uitgawe van die tydskrif op te dra aan prof. F.N. Lion-Cachet, wat aan die einde van 1996 na ses en twintig en ’n half jaar aan die Teologiese Skool en die PU vir CHO geëmeriteer het. Hy was en is steeds ’n gewaardeerde kollega wat op baie terreine ’n besondere bydrae gelewer het. Op hierdie manier wil die Redaksie sê: baie dankie vir hierdie bydrae. Dat sy optrede en bydrae erkenning geniet het, blyk uit die verskeidenheid van kollegas wat ’n bydrae tot hierdie bundel gelewer het.


1948 ◽  
pp. 257-272
Author(s):  
B. Gaay de Fortman
Keyword(s):  

1968 ◽  
Vol 23 (4) ◽  
pp. 253-262
Author(s):  
S. Ringoir ◽  
R. Daneels ◽  
E. Schoofs ◽  
F. Derom ◽  
J. Piret ◽  
...  
Keyword(s):  

1948 ◽  
Vol 29 (1) ◽  
pp. 257-272 ◽  
Author(s):  
B. de Gaay Fortman
Keyword(s):  

Jeugdbeleid ◽  
2017 ◽  
Vol 11 (3) ◽  
pp. 139-149 ◽  
Author(s):  
Bert Bröcking
Keyword(s):  

1998 ◽  
Vol 10 (1) ◽  
pp. 7-12
Author(s):  
H.J. Kolthof ◽  
B.A. Blansjaar
Keyword(s):  

SamenvattingIn de praktijk zijn de effecten van clozapine en risperidon vergeleken bij schizofrene patiënten die onvoldoende reageren op klassieke antipsychotica. Van de 25 op clozapine ingestelde patiënten gebruikte 63 procent na een half jaar nog medicatie. Bij driekwart van deze groep wend naast goede effecten op hallucinaties en wanen ook een gunstig effect op negatieve symptomen geconstateerd. Van de 25 op risperidon ingestelde patiënten gebruikte na een half jaar nog 54 procent medicatie. In tegenstelling tot tie clozapine-gebruikers werd er bij hen nauwelijks een duurzaam effect op negatieve symptomen gevonden. Wel werden relatief weinig bijwerkingen gemeld. Gezien de resultaten van dit onderzoek wordt een kritische houding ten aanzien van het gebruik van nieuwe antipsychotica aanbevolen.


2016 ◽  
Vol 85 (3) ◽  
pp. 150-156
Author(s):  
S. Van der Meeren ◽  
V. Bavegems ◽  
A. Willems ◽  
E. Van der Vekens ◽  
H. De Rooster
Keyword(s):  

Een mannelijke, gecastreerde beagle werd op vierjarige leeftijd aangeboden omwille van ascites, tachypnee, partiële anorexie en lethargie. Via radiografie, echocardiografie en computertomografie werd de hond gediagnosticeerd met pericardiale effusie en een peritoneopericardiale hernia diafragmatica, waarbij vermoedelijk enkel omentum was geherniëerd in het hartzakje. Een abdominocentese en pericardiocentese werden uitgevoerd. De peritoneopericardiale hernia diafragmatica werd niet chirurgisch gecorrigeerd, aangezien er na een eenmalige pericardiocentese geen nieuwe pericardiale effusie ontstond en de patiënt het klinisch goed stelde. Tijdens het controlebezoek, een half jaar na de pericardiocentese, was de patiënt actief en speels en was er nog steeds geen sprake van recidiverende pericardiale effusie.


Sign in / Sign up

Export Citation Format

Share Document